Beschouwingen > Een rustig mens

11 april 2013

Bart de Bart: 'Je moet wel een kans krijgen' Willem Minderhout

Bart de Bart (Goes, 1988) is bijna klaar met zijn bachelorstudie Bestuurskunde & Overheidsmanagement aan de Haagse Hogeschool. Hij studeert binnenkort af op een onderzoek naar het Kabinetsvoornemen om Rijkstaken te decentraliseren. Eigenlijk had hij in februari al klaar moeten zijn, maar vanwege het brede afstudeeronderwerp duurt dit wat langer dan gepland. Die vertraging zal ook wel iets te maken hebben met het feit dat hij het pre­master­traject van de Haagse Hogeschool combineert met een baan als secretaris van de afdeling Kennis & Strategie bij het ministerie van BZK en het voorzitterschap van de Stichting Studeren en Werken op Maat, die mensen met een beperking bij het maken van de stap van onderwijs naar arbeidsmarkt begeleidt. Waar komt die betrokkenheid van Bart bij mensen met een beperking en wat doet zijn stichting om deze mensen aan een baan te helpen? De Leunstoel sprak met Bart in de Haagse Hogeschool.

‘Ik heb nu een fantastische baan bij het ministerie van BZK, bijna mijn HBO­bachelordiploma en ga straks

doorstuderen voor mijn master Management van de Publieke Sector in Leiden. Ik vind dat een combinatie van het beste van twee werelden: de praktijkervaring die ik tijdens mijn HBO­studie heb opgedaan met de verdieping van een

onderzoeksmaster. De beslissing om naar Den Haag gaan om te studeren is mijn beste keuze ooit. Den Haag heeft mij veel gebracht en ik voel mij hier thuis. Mijn leven begon echter bij lange na niet als een succesverhaal. Ik ben van ver gekomen en ik heb er keihard voor moeten knokken. Bij die worsteling heb ik wel altijd het geluk gehad dat mijn ouders mij alle kansen geboden hebben. Wat dat betreft heb ik geluk gehad. Ik vind daarom dat ik het aan de maatschappij verplicht ben om mensen die die kansen niet, of minder, hebben gehad te helpen om alsnog hun talenten te ontplooien.

Ik groeide op in Baarsdorp, een gehucht met ongeveer twintig inwoners in de buurt van Goes. Dat is een zeer hechte gemeenschap en ik heb daar een heerlijke jeugd gehad. Kinderen kunnen er overal hutten bouwen en fikkie stoken. Mijn jeugd was echter niet alleen rozengeur en maneschijn want ik stotterde en ik had moeite met lezen. Op de lagere school waren mijn resultaten daardoor ronduit slecht. Ik had daar grote moeite mee want ik voelde dat ik het wel in me had. Het kwam er alleen niet uit. Alles maalde door mijn hoofd. Gelukkig werd ik er niet mee gepest, maar ik vond wel dat ik er iets aan moest doen.

Door een ongeval kreeg ik plotseling voldoende tijd om aan mezelf te werken. Ik ben opgegroeid met paardensport ­mijn moeder fokt paarden ­maar daar kwam een abrupt einde aan toen ik in groep 7 van mijn paard viel. Het duurde ruim een jaar voordat ik weer helemaal op de been was en de paardensport heb ik definitief vaarwel gezegd.

Vanaf dat moment ben ik met veel hulp van remedial teachers aan de slag gegaan om te leren praten zonder te stotteren en om mijn leesvaardigheid te vergroten. Ik bleek een zware vorm van dyslexie te hebben, maar ik leerde gaandeweg hoe ik daarmee kon omgaan. Het was een hele worsteling die ik nooit zonder professionele hulp had kunnen volbrengen. Gelukkig waren mijn ouders bereid en in staat om me die kans te geven. Ook bij de mensen die we nu met onze stichting terzijde staan kom ik gelukkig ook veel ouders tegen die hun kinderen steunen en stimuleren bij hun gevecht met hun beperking. ‘Vechtouders’ noem ik die mensen.

Op de lagere school was er aanvankelijk nog niet zoveel te merken van mijn vooruitgang. Mijn CITO­toets was dramatisch slecht. Ik kwam op het ‘VMBO­leerwegondersteunend’ terecht op het Groen College in Goes, een Agrarische VMBO­school. In het eerste jaar op het Groen College ging bij mij ‘de knop om’. Ineens lukte alles en haalde ik hoge cijfers. Ik kreeg echt de smaak te pakken en wilde doorstuderen. Ik wilde uiteindelijk naar de universiteit! De grootste hindernis was de eerste: na het Groencollege door naar VMBO­T. Zo’n overstap was nog nooit eerder voorgekomen en we hebben echt moeten soebatten. Daarna ging mijn schoolcarrière van een leien dakje. Na het VMBO haalde ik de HAVO met twee profielen! Zo zie je wat er kan gebeuren als je mensen een kans geeft en ze zelf verantwoordelijk maakt voor hun einddoel. Een ander voordeel is dat al die scholen totaal andere werelden waren waarin ik mijn weg heb moeten vinden. Met zeer verschillende groepen omgaan en opgroeien is iets wat mij heeft gevormd en waar ik nog dagelijks de vruchten van pluk.

Ik kon nu eindelijk naar het HBO, maar naar welke opleiding? Ik koos voor Business and Languages aan de Rotterdam Business School. Die opleiding zou een goede voorbereiding zijn om bij het bedrijf van mijn ouders te gaan werken. Het was echter geen keus vanuit mijn hart. Na het behalen van mijn propedeuse ben ik daarom overgestapt naar een studie die je voorbereid op het Openbaar Bestuur.

Ik had diep nagedacht over wat ik nu echt wilde met mijn leven. ‘Iets voor de wereld doen’. Bij de VN werken of zoiets. Mijn keus is toen op bestuurskunde gevallen en daar heb ik geen moment spijt van gehad. Ik moest en zou gaan studeren in de ‘stad waar het gebeurt: Den Haag’. Met veel van mijn medestudenten kon ik het onmiddellijk goed vinden en de stof vond ik erg interessant. Het paste gewoon allemaal precies bij me! Ik haalde weer in een jaar mijn propedeuse en ik werd toegelaten tot het premaster­traject. Het wilde ideaal van het jongetje op het Groencollege om een universitaire studie te gaan doen ligt nu binnen handbereik!

Bij mijn inschrijving had ik aangegeven dat ik dyslectisch was. Er was toen al een clubje op de Haagse Hogeschool van een voor studenten met een handicap – SOM (Studeren op Maat) – en die zochten me op. Ik had eigenlijk zelf mijn handicap al overwonnen, maar ik wilde me graag inzetten voor studenten die daar nog mee bezig waren, dus ik werd actief. Voor ik het wist was ik voorzitter. SOM was leuk, maar het grootste probleem is niet het studeren maar de aansluiting op de arbeidsmarkt. Zoveel jongeren met talent verpieteren in de Wajong omdat ze de kans niet krijgen zich te bewijzen. Neem nu autisten. Daar zitten intellectuele toppers tussen, maar ze missen de vaardigheden om een baan te vinden en werkgevers zijn bang om ze aan te nemen.

Ik zelf kreeg een kans op het ministerie van BZK, op een van de mooiste plekken van het departement namelijk ‘Bestuursondersteuning’ in het hart van het ministerie. De afdeling waar ik nu werkzaam ben is niet alleen inhoudelijk interessant maar hij ressorteert ook nog eens direct onder de SG en de bewindslieden. Kortom dit is waar je als bestuurskundige in de dop wilt zijn.

In die tijd was ik bezig om het initiatief van de SOM te verbreden door ook nadrukkelijk werk er bij te betrekken. SOM werd SWOM: studeren en werken op maat. Vanuit BZK werd dat vanaf de eerste dag gestimuleerd om daar echt iets mee te gaan doen. Toenmalig minister Liesbeth Spies heeft zich er persoonlijk voor ingezet en op onze eerste grote bijeenkomst op 28 september 2012 heeft zij het startschot gegeven voor onze eerste banenmarkt. Ze is nu voorzitter van onze Raad van Advies, waarin ook Paul de Krom, voormalig Staatssecretaris van SZW als adviseur zitting heeft. Je kunt je geen betere adviseurs wensen bij het professionaliseren van de stichting.

Vanaf 1 juni vorig jaar is ook Lisa Warmenhoven bestuurslid geworden. Zij studeert ook bestuurskunde aan de Haagse Hogeschool en heeft dezelfde vechtersmentaliteit als ik om iets voor onze doelgroep te betekenen. Misschien heeft dat wel wat met de cultuur van de opleiding te maken: maatschappelijk betrokken doorzetters!

Inmiddels draaien wij nu op volle toeren. Door middel van banenmarkten brengen we werkgevers in contact met WO­ers en HBO­ers met een arbeidshandicap. Dat heeft al tot 17 plaatsingen geleid! Binnen de Rijksoverheid maakt Staatssecretaris Klijnsma zich hard voor mensen met een arbeidsbeperking. Zij weet natuurlijk als geen ander wat je allemaal moet overwinnen om ondanks een handicap carriere te maken. Kortom: we hebben de wind mee.

Momenteel is er veel discussie over de vraag of er wel of niet een quotum voor mensen met een
arbeidsbeperking moet komen. Onze stichting neemt geen stelling in in deze discussie omdat de jonge
mensen waarvoor Studeren & Werken op Maat zich inzet hoog opgeleid en talentvol zijn. Toevallig hebben
ze ook een beperking, maar ons uitgangspunt is hun kracht. Wij zien mensen met talent en kansen en dat is de benadering waar wij voor staan. Werkgevers beginnen dit in te zien. Het zijn doorzetters en mensen met zo’n mentaliteit zijn welkom in elke organisatie.

Als ik iets van mijn eigen loopbaan tot nu toe heb geleerd is het: nooit opgeven. Als je jezelf ambitieuze doelen stelt dan kun je ze halen als je je best doet. Ik heb niet voor de studie gekozen vanwege de studie, maar om wat ik wil bereiken. Ik heb niet voor BZK gekozen omdat het zo goed betaalde ­ ik kreeg aanvankelijk een stagevergoeding – maar omdat het werk me interesseerde. Alles wat ik in mijn vrije tijd doe voor de stichting Studeren en Werken op Maat levert me niets op in materiele zin, maar het zorgt er wel voor dat ik me ontzettend rijk voel omdat ik dit mag en kan doen.

Door Willem Minderhout - De Leunstoel

STICHTING STUDEREN & WERKEN OP MAAT
Bezuidenhoutseweg 60 (SER gebouw), 2594 AW Den Haag
T. 070 219 0140

www.studerenenwerkenopmaat.org